Aside

Chunking Mansions – the sequel

Onze laatste nacht op Java willen we op de vliegtuighaven van Yogyakarta doorbrengen. 1 klein probleem: de airport is letterlijk een scheet groot.
Security, check in, wachtruimte, alles is in 1 minigebouwtje ondergebracht en er zijn maar drie metalen stoeltjes zonder leuning voor al het volk.
Om het nog beter te maken is er ook nergens een pries te bespeuren, mijn iPod is plat en we hebben nog 12 uur te gaan…
Dit wordt leuk! 😉

Een uur later zijn we booking.com al aan het checken voor een slaapplaats. Het mag alleen niet te veel kosten, bij voorkeur niets :).
Het goedkoopste blijkt een bed & breakfast te zijn op 200 meter van de terminal met ronkende reviews zoals: “this place is very very very very very very far from western standards” en “stay away from this sh*thole”.

Ach ja, we survived Chunking Mansions, hoe erg kan het zijn? 🙂
We kunnen een kamer boeken voor 9€, maar aangezien het zo dichtbij is, besluiten we direct naar daar te gaan.
Naar Indonesische gewoonte stopt het voetpad weer opeens met bestaan en tjolen we verder over straat tot we aan de linkerkant ons “hotel” zien.
De B&B is eigenlijk gewoon een familiehuis waar je letterlijk in de living binnenvalt. Op het terras zitten de ouden van dagen te chillen en te roken, binnen wacht de oma met haar 2 dochters ons op.

Met veel moeite proberen we uit te leggen dat we op internet een kamer gezien hebben voor 130.000 roepie en of we die mogen hebben.
We worden naar een kamer geloodst en ze proberen ons 275.000 roepie (zo een 22€) afhandig te maken. Nu moet je weten dat er geen airco en geen badkamer is en no way dat ik zoveel ga betalen daarvoor.
Na veel over en weer gediscussieer worden we naar een andere kamer gebracht die we kunnen hebben voor 150.000€.
Ik heb niet veel zin om terug te lopen naar de airport om daar online de kamer te boeken voor 1€ minder, dus OK deal!

De kamer zelf is niet meer dan een kot opgetrokken uit prefab platen in hun living. Er zitten gaten in het plafond en in de vuile muren, een salamander zit al klaar om ons te verwelkomen en ik ben drashnat van het zweten. Het is 36 graden en er is geen airco.

Maar…. we kunnen liggen :D.
Op vuile lakens weliswaar, maar we liggen :).
We zetten de ventilator vollen bak aan en kruipen er zo dicht mogelijk bij.
5 minuten gaat alles goed en dan wordt alles zwart.
De elektriciteit is uitgevallen….
In de volgende 10 uur die we doorbrengen hier, hebben we dit elk uur minstens 1x voor.
Geen elektriciteit, geen ventilator: waaarm!!!

Volgend probleem: het sanitair.
We hebben geen WC en moeten dus bij de familie zelf gaan….
Hmmm, het ene kot is a hole in the ground, het andere staat onder water.
Ale hup, terug naar de vliegtuighaven :), waar verrassend genoeg ook geen westerse toiletten zijn.
Terug naar onze B&B dan maar voor een douche / toiletbezoek.

We gaan met onze kleren aan op bed liggen en proberen wat te slapen.
Om 2 uur ’s nachts is tot onze verbazing iedereen weer wakker in het huis en klaar om aan nieuwe dag te beginnen. Er wordt luid gebabbeld en gelachen.
De oma die op een luchtmatras in de living sliep, wenst mij een goede morgen (wtf?), een dochter zit naar een show op een oude tv met antennes te kijken.
Overal in het huis is er business aan de gang en moest het niet pikkedonker zijn, je zou zweren dat het ochtend was.
Als we 2 uur later vertrekken is er nog meer volk in huis, het terras zit plein vol en iedereen is wel bezig met iets.

Indonesië slaapt nooit … 🙂

Ik ga het hier zo hard missen, maar Nieuw-Zeeland wacht op ons!

Nog een klein top drietje van mijn favo plaatsen in Azië om af te sluiten:
1. Ubud (Bali – Indonesië)
2. Chiang Mai (Thailand)
3. Beijing (China)

Cave tubing

In Yogyakarta zelf is niet superveel te beleven. Na een bezoek gisteren aan Water Palace en Sultan Palace (beiden niet de moeite waard) trokken we naar de straat met de tour agencies. Een paar uur folders verzamelen, prijzen vergelijken en onderhandelen later, hebben we een cave tubing tour geboekt in de Pindul cave voor vandaag.

Als we toekomen aan de grot, krijgen we een reddingsvest, plastieken schoentjes en een tube.
De tocht begint aan een meer en vandaar varen we de grot in. Een chance dat de gids een hoofdlamp draagt want het is pikkedonker!

Onze gids wijst ons de ene prachtige stalagmiet en stalactiet na de andere aan. We zien goudkleurige, zilverkleurige, minitjes en zelf de 4e grootste van de wereld. Opeens worden we opgeschrikt door luid gepiep. Boven ons hoofd hangen honderden vleermuizen. Af en toe vliegt er eentje over en zien we zijn schaduw in het zaklampschijnsel over de rotswand bewegen.
Vies!!!! 🙂

Na 350 meter is weer licht aan het einde van de tunnel en mogen we zwemmen in het zalige water.
Zo, dat was deel 1!
Met een camionette worden we daarna naar de rivier gebracht, waar we weer mogen plaatsnemen in onze tubes.
We varen de rivier af, passeren langs watervallen, Tom springt van bruggetjes, zaaaaalig!!
De lazy river in Typhoon Lagoon maar dan int echt :)!

Wat Google fotootjes:

20130829-075059.jpg

20130829-075121.jpg

20130829-075110.jpg

20130829-075104.jpg

20130829-075116.jpg

James Bond

We zijn verwikkeld in een verhaal dat op zijn minst raar te noemen is….

Na 5 uur trein rijden en smelten door het gebrek aan airco komen we aan in Yogyakarta.
Bij het verlaten van het station, staan er al een boel drivers ons op te wachten, maar we besluiten een taxi te zoeken op straat.
Als we de weg oplopen, raak ik plots Tom kwijt.

Ik blijf effe stil staan om rond te kijken en hoor dan opeens een “psssst psssst” achter mij. Een Japanse goedgeklede deftige vrouw staat vlak bij mij en begint iets in mijn oren te fluisteren. Ik versta er niets van en vraag haar wat luider te spreken. Ze komt zo dicht staan dat ik er mij ongemakkelijk bij voel.
Op iets luidere toon zegt ze mij dat ze bang is en achtervolgd wordt door een man. Ze vraagt of ze bij mij mag blijven.

De vrouw ziet er zo angstig en verward uit, dat ik haar onmiddellijk meeneem op zoek naar Tom. Als we verder wandelen, vraag ik haar naar haar plannen. Met horten en stoten komt er een onsamenhangend verhaal uit waar ik weinig of niets van snap. Ik stel voor dat ik een taxi voor haar tegenhoud, maar ze staat erop om samen een taxi te nemen.

Wat verder zien we Tom staan, ik leg hem in kort uit wat er gaande is, hij kijkt mij wat raar aan, maar het is wat het is en we nemen de Japanse mee op sleeptouw.
Het is al donker, bij gebrek aan een voetpad lopen we op straat en we vinden maar geen taxi met meter.
Dit moet niet meer te lang duren of we worden nog eens overreden.

Opeens flasht er een taxi met zijn lichten naar ons, Tom wilt vragen of hij zijn meter wil gebruiken, maar dan blijkt dat onze Japanse Indonesisch spreekt. Ze discussieert wat met hem en legt ons dan uit dat het 20.000 roepie is. Ik zeg haar dat we enkel een taxi met meter willen en laten hem gaan.

De vrouw spreekt niet enkel de taal, ze heeft hier ook gewoond en weet ons hotel zijn. We volgen haar dan maar en snappen nu helemaal niets meer van de situatie. Uiterlijk heeft ze iets weg van een zakenvrouw met haar trolley en propere kleren, innerlijk loopt er precies toch wat mis.
Op geregelde tijdstippen fluistert ze mij iets toe, gaande van dat ze bang is en niemand vertrouwt tot verhalen over de Japanse ambassade. Haar gezicht blinkt van het zweet en ze ziet er met de moment verwarder uit.
Als ze het kruisje rond mijn nek ziet, licht ze op en vraagt of ik christen ben. Ik moet haar teleurstellen en zeg dat ik atheïst ben.

De vrouw let totaal niet op waar ze loopt, steekt gedecideerd de straat over zonder kijken en wij volgen.
Ze weet inderdaad het Ibis hotel zijn en als we in de lobby zijn vraagt ze mijn telefoonnummer. Ik antwoord dat ik geen gsm mee heb en stotterend vraagt ze dan of ze ons kamernummer mag hebben.
Helaas blijken we in de verkeerde Ibis te zijn. Ik heb het nu wel gehad met deze rare situatie, we vragen een taxi aan de receptioniste en vertrekken samen met de Japanse naar de andere Ibis.

Ik betaal de taxi en de vrouw stopt mij opeens geld toe. Het tienvoudige van het bedrag. Ik zeg haar dat dat veel te veel is, stop het geld terug in haar portefeuille en ze excuseert haar met de woorden dat ze niet weet hoeveel het geld waard is.
Maar ze heeft hier toch gewoond?

Godzijdank is dit wel de juiste Ibis, we checken in en helpen de Japanse aan een kamer voor 1 nacht. Als dat allemaal achter de rug is, vraagt ze mijn naam en word ik bedankt met een buiging of 10.
Ik ben te moe om over heel dit raar gedoe na te denken en kruip in bed.

De volgende ochtend aan het ontbijtbuffet begint het opnieuw. Als ik passeer aan haar tafel springt ze op.
Eerst volgt er gefluister dat ik niet versta, dan kijkt ze schichtig om haar heen, lonkt mij mee achter een muur en vraagt dan of ik de Japanse ambassade wil bellen om haar te komen halen en dat ze mij hiervoor zeker zal vergoeden.
Ik leg haar uit dat ze dit beter via de lobby doet maar dan begint ze aan een verhaal over de politie en weet ik veel wat nog allemaal. Ze praat steeds stiller en begint dan zelf woorden op haar hand te schrijven. Het enige dat ik kan lezen is “army”.
???

De Japanse zegt opnieuw dat ze bang is en niemand kan vertrouwen en of ik haar niet kan helpen.
Oh man, het is hier veel te vroeg voor :).
Ik vraag haar of ik eerst mag ontbijten. De vrouw wacht geduldig tot we klaar zijn en als we aanstalten maken om door te gaan, komt ze op mij af en stopt mij een papier toe met het nummer van de Japanse ambassade. Of ik aub niet wil bellen. Geen idee waarom ze zelf niet kan bellen…
Ik neem vrouw en papier mee naar de lobby en vraag of ze de ambassade willen bellen voor haar.
Een lang telefoontje later lijkt ze weer geruster te zijn en wat later is ze verdwenen.

Ok, ik weet dat Japanners weird zijn, maar zo weird??
Snapt iemand hier nu iets van? 🙂

Afbeelding

Mount Bromo – deel 2

Opstaan om 3 uur begint een gewoonte te worden :).
We worden met een bons op de deur gewekt en staan versteven van de kou op. Onze kamer heeft geen verwarming, maar gelukkig wel twee dekens.
We duffelen ons warm in (lange broek, paar tshirts, fleece, jas met kap, sjaal, wollen sokken en wandelschoenen) en volgen onze nieuwe driver naar zijn jeep.

Het wordt een bumpy ride!
Het begint met het oversteken van een zandvlakte waarin menig brommer komt vast te zitten. Passagiers worden gevraagd om af te stappen en dan is het duwen geblazen om de tweewielers vooruit te krijgen.

Onze driver is natuurlijk weer de maft van de groep en steekt de andere jeeps aan volle vitesse voorbij. Na het zandgedeelte volgt opnieuw een klim. We rijden Mount Penanjakan op vanwaar we de sunrise en Mount Bromo gaan kunnen zien.
Deze keer ben ik toch echt niet op mijn gemak, we worden door elkaar gegooid en onze chauffeur steekt zelf in de bochten anderen voorbij.
Ik knijp Tom zijn hand plat en ben heel erg blij als hij zegt dat we er uit moeten en de rest te voet moeten afleggen.

Nog een 5 tal minuten omhoog wandelen en dan zijn we op het uitkijkplatform.
Samen met 500 anderen :).
Dat was wel leuker op Mount Batur op Bali. De enigste manier om daar op te geraken was klimmen, wat de hele ervaring wel authentieker en rustiger maakte.

We hebben wel superveel geluk vandaag, de hemel is klaar en we zien een prachtige zonsopgang, zo verdomd mooi.
De Bromo staat rechts van ons te blinken, klaar om beklommen te worden.

20130826-082352.jpg

20130826-082538.jpg

20130826-083202.jpg

We zetten terug koers naar onze driver, die met ons (en Justin Bieber :)) over the sea of sand naar de voet van Mount Bromo rijdt.

Er staan een hoop paarden te wachten om de toeristen naar boven te helpen.
Ik zie graag paarden, rijd graag paard, maar ik vind het te zielig voor de beestjes.
We zullen onze voetjes wel gebruiken…

20130826-083850.jpg

20130826-083859.jpg

De weg naar boven is steil en het losse, zwart zand maakt het er niet makkelijker op.
Maar het zicht is adembenemend!!
De zandvlakte met in het midden een eenzame tempel, de brandende zon, we zijn gewoonweg omringd door de mooiste natuur en ik vind het fantastisch!

20130826-084125.jpg

20130826-084055.jpg

20130826-084330.jpg

20130826-084521.jpg

Op het steilste gedeelte zijn er nog een stuk of 300 trappen te beklimmen, maar na 45 minuten klimmen mag de beloning er zijn!
Vanop de rif van de vulkaan kijken we recht de krater in.
PRACHTIG!!

20130826-084833.jpg

Ons Mount Bromo avontuur zit er bij deze op, we keren terug naar het hotel voor ontbijt en dan is het tijd voor de reis naar Yogyakarta.
3 uur rijden, 5 uur trein….

See you there!

Aside

Mount Bromo – deel 1

Ons Mount Bromo avontuur begint een beetje knullig.
We hebben een tour geboekt met driver. Deze pikt ons in Surabaya op, rijdt met ons naar een dorp aan de Bromo, daar overnachten we en vroeg in de morgen vertrekken naar de actieve vulkaan.
Mount Bromo is zo een 2300 meter hoog en wat hem zo bijzonder maakt is dat hij samen met twee andere vulkanen in een zandzee van 8 op 10 kilometer ligt.

Terwijl we in de lobby wachten op onze driver, blijkt onze driver een zetel verder in de lobby op ons te wachten.
Alleen weten we het niet van elkaar…
Dus zitten we een uur naast elkaar, op elkaar te wachten.
Fin bon, nog een kwartier later komen we alledrie tot inzicht en kunnen we vertrekken :).

De weg naar Bromo is een feest voor de ogen, maar ons hart slaat regelmatig een slagje over.
We zien op de snelweg (zonder middenberm en bij snelheden van 100 km/uur):
– groepen kinders op hun dooie gemakje oversteken
– oude mannen zeulen met zware zakken in het midden van de weg
– fietsers die zich niets aantrekken van de voorbijrazende auto’s
– blootvoetse, rokende mannen die het krankzinnige verkeer proberen te regelen met rode vlaggetjes
– brommers met 4 man op, allemaal zonder helm, babietjes in de armen
– de plaatselijke fanfare (inclusief instrumenten) in de open laadbak van een camionette, zo volgeladen dat de paars gesluierde trompettisten met lijf en leden uit de bak hangen
– bussen waaraan mensen langs de buitenkant bengelen die er te pas en te onpas afspringen
– spookrijders met hopen (zelf de politie doet gretig mee)
– burgers op scooters gewapend met jachtgeweren en mitrailletten

En dat allemaal onder het luid gejengel van het zoveelste gebed dat uit de moskeeboxen schalt. 🙂
Je kan het je zo zot niet inbeelden of het wandelt, fiets of rijdt hier wel ergens rond.

Na een dikke 2 uur rijden begint onze driver aan de klim van een uur de Mount Bromo op. Het smalle weggetje slingert zich naar boven en we houden meer dan eens ons hart vast. Hoe hoger we klimmen, hoe dikker uitgedost de locals zijn.
Bijna boven passeren we een soort van grenspost waar onze driver een luid oplopende discussie heeft met de grenswacht. Hij vraagt ons enkele minuten te wachten, stapt uit en daar zitten we dan alleen in den donker op een berg. Mensen gewikkeld in dikke dekens passeren ons en wij vragen ons af waar we nu weer beland zijn.
Met een nors “OK” stapt de driver wat later weer in en we zetten onze tocht verder.

Wat later arriveren we aan ons hotel, waar ons iemand al staat op te wachten om wollen mutsen te verkopen. Het is inderdaad freezing buiten! Na het inchecken, wissel ik snel, voor de eerste keer in 2 maanden tijd, mijn short in voor een lange broek.
Pizza als diner en dan naar bed.
Over een paar uur moeten we er al weer uit.

Tot morgen voor deel 2!

Surrealistisch Surabaya

Aaaah…. waar moet ik beginnen?
In de 24 uur dat we hier zijn hebben we al 100x tegen elkaar gezegd: wat een weirde stad!

Het begon allemaal gisteren op een ontiegelijk vroeg uur in Ubud….

03u00: We moeten eruit om de taxi te nemen naar Denpasar. Onze driver is op tijd en zeer vriendelijk en met veel spijt in het hart nemen we afscheid van het prachtige Ubud.

05u00: Aankomst op de vliegtuighaven van Denpasar. Van hier vliegen we naar het eiland Java met aankomst in Surabaya. Het domestic departures gebouw is in volle constructie en we worden in een tijdelijke hal ondergebracht zonder wifi of veel andere faciliteiten.
Het volk dat hier zit is al helemaal anders dan bij aankomst op Bali: voornamelijk gesluierde moslims, weinig toeristen.

08u00: We zijn gearriveerd in Surabaya!
De reden dat we hier zijn is Mount Bromo, naart schijnt iets fameus schoons….
En aangezien Surabaya op een drietal uur rijden ligt van de Bromo, dachten we hier een dag of twee te verblijven om die uitstap te regelen en de rest van ons verblijf op Java.
Wel dat liep niet zoals we gedacht hadden….
In de aankomsthal zijn amper toeristen of informatiebrochures te bespeuren.

09u00: Wanneer we met de taxi naar ons hotel rijden, ziet het er ook niet goed uit. Surabaya is een industriële spookstad, amper toeristen te bespeuren, geen leven noch ziel.
Terwijl Bali overwegend hindoeïstisch is, bestaat het straatbeeld hier uit moslims en moskeeën, lelijke nietszeggende gebouwen, weinig groen, veel stof en auto’s.

10u00: In ons hotel krijgen we een rozige kamer zonder raam en het adres van een tour agency. We besluiten de stad te voet te verkennen en dat is geen goed idee…
Er wandelt hier niemand, buiten deze twee onnozele Belgen, en je kan het de Indonesiërs niet kwalijk nemen. De straat oversteken is hier een aanslag op je zenuwen en leven.

11u00: In het eerste bureau rinkelt de telefoon non-stop en hebben we niet de indruk dat ze ons verstaan, het tweede bureau is mogelijks nog erger.
Terwijl we verder wandelen, beginnen we ons serieus af te vragen hoe we dat hier geregeld gaan krijgen. We hebben voor 2 dagen een hotel in Surabaya en nadien zitten we nog een week vast op Java zonder accommodatie of plannen.
We zijn al van 3 uur ’s morgens wakker, hebben hoofdpijn, zijn cranky, het is te warm en te druk.

12u00: Net als we het willen opgeven zien we het official bureau of tourisme, een godsgeschenk in deze hel voor toeristen. We krijgen de brochure van getawaytours en na veel over en weer gebel en gemail krijgen we een Mount Bromo tour geregeld voor 2 dagen. Voor de overige dagen hebben we een hotel geboekt in Yogjakarta en we gaan 1 nacht slapen op de luchthaven om wat kosten te sparen.

13u00: Als we buiten komen, hebben we het gehad met het Indonesische verkeer en vluchten we de eerste taxi in die we tegen komen.
Als er 1 ding is dat ik niet ga missen van deze wereldreis is het de constante “survival mode” waarin we leven. Elke seconde van elke minuut opletten is serieus vermoeiend.
Maar lunch in Loving Hut maakt veel goed :).

16u00: Na een dutje in het hotel, zetten we koers naar een shopping mall voor boodschappen. In deze mega tacky mall zijn wij de enigste 2 white faces, wat samen met onze westerse kledij er voor zorgt dat we de lokale attractie zijn van de dag.

Ik ben blij dat ik Surabaya gezien heb, maar man ik ben blij dat ik hier morgen weer weg ben :).

Mount Bromo here we come!